Dit document beschrijft een applicatieprofiel, in dit geval Generieke Terugmeldfaciliteit. Dit applicatieprofiel beantwoordt de vraag over hoe het corresponderende domeinmodel in de praktijk kan toegepast worden. Daarbij worden de beperkingen (kardinaliteit, codelijsten) toegelicht en de overeenkomstige (RDF) termen opgelijst.

Samenvatting

Dit applicatieprofiel beschrijft een informatiemodel om als overheid gestructureerd terugmeldingen te ontvangen van burgers en ondernemers. Een terugmelding beschrijft fouten of onvolledigheden in digitale gegevensbronnen die mogelijks aanleiding geven tot een actie van de overheid, zoals het aanpassen van een record in een bepaalde databank.

Een Terugmelding bestaat eveneens als de generieke Melding waarvan ze een specialisatie van is uit onder meer een titel, een samenvatting en een body. De Melding Body laat toe om extra informatie mee te geven met betrekking tot de melding, bijvoorbeeld een geometrie van een plaats of geïmpacteerd gebied, extra beschrijvende tekst, of bijlagen in de vorm van bijvoorbeld foto's of gescande documenten. Een melding kan daarnaast één of meerdere Meldingstatussen doorlopen. Als voorgestelde codelijst wordt verwezen naar de lijst met mogelijke statussen uit de Generieke Terugmeldfaciliteit (GTMF) van Informatie Vlaanderen. Verder treden voor meldingen verschillende Agents op die een rol spelen in de afhandeling van de melding, zoals een melder, indiener, behandelaar...

Specifiek aan een Terugmelding is de relatie met een Meldingsobject dat het doelwit vormt van de Terugmelding. Een Meldingsobject identificeert een resource of een specifiek deel van een resource waarop de Terugmelding slaat, én laat toe om een voorgestelde of gecorrigeerde waarde mee te geven. Bijvoorbeeld een Terugmelding met betrekking tot een fout in het Adresregister zal als Meldingsobject een bepaalde record bevatten waarin de fout is vastgesteld, of een specifiek deel daarvan zoals bijvoorbeeld het huisnummer. Een Meldingsobject heeft dus een bepaalde bron (in ons voorbeeld het Adresregister), in dit model gespecifieerd als een Dataset. Daarnaast heeft een Meldingsobject een TijdToestand die informatie meegeeft over het tijdstip waarop het Meldingsobject dient geïnterpreteerd te worden, aan de hand van een datum van vaststelling (van de fout of onvolledigheid). Een Meldingsobject kan een bepaalde behandelaar hebben die verantwoordelijk is voor de opvolging en afhandeling ervan. Wanneer een Terugmelding betrekking heeft op meerdere Meldingsobjecten, kan elk Meldingsobject een andere behandelaar toegewezen krijgen. In dit laatste geval zal er ook een status mogelijk zijn op niveau van het Meldingsobject, die via bepaalde business regels vertaald zal moeten worden naar een status op niveau van de Terugmelding. Deze business rules zijn toepassing specifiek en vallen dus buiten de scope van dit informatiemodel. Als voorgestelde codelijst wordt opnieuw verwezen naar de lijst met mogelijke statussen uit de Generieke Terugmeldfaciliteit (GTMF) van Informatie Vlaanderen.

De Dataset wordt in dit informatiemodel verder gespecifieerd aan de hand van een titel en een beschrijving. Daarnaast kan een Dataset een aantal Eigenschappen bevatten, waar al dan niet op teruggemeld kan worden. Deze beschrijving van de dataset en zijn achterliggende structuur laat toe om (1) automatisch input formulieren voor nieuwe terugmelding te genereren in een front-end toepassing en (2) terugmeldingen automatisch te dispatchen op basis van de bronhouder die aan een bepaalde eigenschap werd toegewezen of op basis van de inhoud van een bepaalde Eigenschap. De inhoud van een Eigenschap kan worden gedefinieerd als een lijst met mogelijke waarden, in het Informatiemodel weergegeven als Concepten.

Status van dit document

Dit applicatieprofiel dient om het specifieke gebruik van de entitieten relevant voor de beschreven applicatie te verduidelijken.

Dit document werd gepubliceerd als Ontwerpdocument. De specificatie zoals in dit document beschreven is in ontwikkeling. Bijgevolg kan dit document op elk moment aangepast, vervangen of achterhaald worden.
Dit document is bedoeld om uit te groeien tot een standaard in het beschreven domein. Desalniettemin heeft het op dit ogenblik geen officieel statuut en vertegenwoordigt het geen consensus binnen OSLO.

Feedback op deze specificatie kan gegeven worden als een topic in onze publieke reviewdiscussielijst.

Licentie

Deze specificatie van Informatie Vlaanderen is gepubliceerd onder de "Modellicentie Gratis Hergebruik - v1.0".

Conformiteit

Een applicatieprofiel is een specificatie voor gegevensuitwisseling dat bijkomende beperkingen introduceert voor het toepassen van vocabularia. Dergelijke bijkomende beperkingen kunnen de volgende elementen bevatten:

  • verfijning van de terminologie (klassen en eigenschappen) consistent met de semantiek uit de betreffende specificaties met een welbepaald gebruik als doel;
  • externe terminologie (klassen en eigenschappen) gebruikt voor nieuwe/extra termen die niet in de bestaande vocabularia voorkomen.

Om conform te zijn met dit applicatieprofiel, geldt voor een implementatie dat ze:

  • MOET Voor elke klasse steeds de eigenschappen bevatten die als minimum kardinaliteit 1 hebben.
  • MAG NIET meer dan 1 instantie bevatten van eigenschappen die 1 als maximum kardinaliteit hebben.
  • MAG terminologie (klassen en eigenschappen) gebruiken op een manier die consistent is met haar semantiek (definitie, gebruik, domein en bereik).
  • MAG NIET terminologie van andere gecontroleerde vocabularia gebruiken dan diegene die gedefinieerd wordt in dit applicatieprofiel.
  • MAG uitgebreid worden met klassen en eigenschappen van andere datamodellen (vocabularia) die niet overlappen met terminologie uit dit applicatieprofiel.

Overzicht

In dit document wordt correct gebruik van de volgende entiteiten toegelicht:
| Agent | Applicatie | Concept | Dataset | Eigenschap | Geregistreerd Persoon | Hoedanigheid | Meldingsobject | Organisatie | Organisatie-eenheid | Persoon | Publieke Organisatie | Terugmelding | TijdToestand |

In dit document worden de volgende datatypes toegelicht:
| Geometrie | Melding Body | Meldingsobject Attribuut | Status |

Entiteiten

Agent

Beschrijving
Iemand die of iets dat kan handelen of een effect kan teweeg brengen.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn geen eigenschappen gedefinieerd.

Applicatie

Beschrijving
Een artificiële agent in een softwareomgeving.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn geen eigenschappen gedefinieerd.

Concept

Beschrijving
Een mogelijke waarde voor de Eigenschap.
Gebruik
Het is aangeraden de mogelijke waarden voor de stellen als een skos:ConceptScheme (https://www.w3.org/TR/skos-primer/)
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: bronhouder, label.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
bronhouder Organisatie 0...1 De bronhouder is verantwoordelijk voor het opnemen van gegevens in de dataset en het bewaken van de kwaliteit daarvan. In dit geval is de bronhouder enkel verantwoordelijk voor een bepaald veld in de dataset. De melding kan naar de desbetreffende organisatie gedispatched worden indien het meldingsobject betrekking heeft op deze eigenschap.
label String 1 Het geprefereerde label voor het Concept.

Dataset

Beschrijving
De Dataset klasse beschrijft de gegevensbron waarop de terugmelding betrekking heeft.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: beschrijving, bronhouder, eigenschap, titel.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
beschrijving String 1 Een beschrijving van de Dataset.
bronhouder Organisatie 0...1 De bronhouder is verantwoordelijk voor het opnemen van gegevens in de dataset en het bewaken van de kwaliteit daarvan. Een dataset kan meerdere bronhouders hebben in geval van decentraal beheer.
eigenschap Eigenschap 0...* Verwijst naar de Eigenschap die deel uitmaakt van de Dataset.
titel String 1 De titel van een Dataset.

Eigenschap

Beschrijving
De klasse voor het beschrijven van de data velden waaruit een dataset bestaat.
Gebruik
In het kader van meldingen met betrekking op informatievelden met foutieve of ontbrekende gegevens kan de Eigenschap klasse gebruikt worden om voor elke Dataset weer te geven op welke informatievelden kan teruggemeld worden. Elke Eigenschap kan worden toegewezen aan een andere Organisatie die verantwoordelijk is voor het verwerken van de feedback.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: bronhouder, label, meldbaar, mogelijke waarden, verplicht, verwacht type.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
bronhouder Organisatie 0...1 De bronhouder is verantwoordelijk voor het opnemen van gegevens in de dataset en het bewaken van de kwaliteit daarvan. In dit geval is de bronhouder enkel verantwoordelijk voor een bepaald veld in de dataset. De melding kan naar de desbetreffende organisatie gedispatched worden indien het meldingsobject betrekking heeft op deze eigenschap.
label String 1 Een label voor de Eigenschap.
meldbaar Boolean 1 Geeft aan of op de eigenschap kan teruggemeld worden (true) of deze louter ter informatie van de gebruiker wordt getoond (false).
mogelijke waarden Concept 0...* Associeert de Eigenschap met een exhaustieve lijst aan mogelijk waarden (bv. een codelijst). Het is aangeraden de mogelijke waarden voor te stellen als een skos:ConceptScheme (https://www.w3.org/TR/skos-primer/)
verplicht Boolean 0...1 True als de eigenschap verplicht mee te sturen is ter informatie van de behandelaar en bronhouder, anders false.
verwacht type String 0...1 Geeft het bereik van mogelijke waarden aan voor de eigenschap. Gebruik bij voorkeur een regular expression of primitief datatype zoals een integer, boolean, floating-point nummer, string... Dit geldt als een beperking voor de voorgestelde waarde van een Meldingsobject Attribuut.

Geregistreerd Persoon

Beschrijving
Persoon waarvan de gegevens zijn ingeschreven in een register.
Gebruik
Doorgaans is dit register een bevolkingsregister maar het kan bv ook een kiesregister zijn. De ingeschreven gegevens hebben betrekking op de identeit (vb naam en voornaam) en de Verblijfplaats vd persoon en op belangrijke levensgebeurtenissen zoals geboor
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: registratie.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
registratie Identificator 1 Identificatiecode van de persoon in het register.

Hoedanigheid

Beschrijving
Agent met een Functie.
Gebruik
Laat een Functie toe om te handelen,bv ihkv een Dienstverlening (bv diversiteitsplan wordt opgemaakt door diversieteitsambtenaar).
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn geen eigenschappen gedefinieerd.

Meldingsobject

Beschrijving
Het Meldingsobject identificeert een resource, een specifiek deel van een resource, een bepaalde representatie van een resource of een combinatie hiervan welke gebruikt wordt binnen de Melding.
Gebruik
Het model beschrijft geen attributen voor het Meldingsobject. In de praktijk kan het Meldingsobject beschreven worden aan de hand van instanties van de klasse Eigenschap.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: behandelaar, gerelateerde body, heeft eigenschap, heeft status, heeft toestand, heeftBron.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
behandelaar Organisatie 1...* Agent die werd aangewezen om het meldingsobject op te volgen en af te handelen.
gerelateerde body MeldingBody 0...1 De body van de Melding die betrekking heeft op het Meldingsobject. Indien de Melding meerdere Meldingsobjecten bevat biedt deze eigenschap de mogelijkheid om te beschrijven welke MeldingBody relevant is voor de behandeling van het Meldingsobject.
heeft eigenschap MeldingsobjectAttribuut 0...* Refereert naar een Eigenschap die deel uitmaakt van het Meldingsobject.
heeft status Meldingstatus 0...* De Status verbonden aan het Meldingsobject. Wanneer voor de melding meerdere Meldingsobjecten werden meegegeven die elk door andere Agents worden afgehandeld laat deze eigenschap toe om per Meldingsobject een status mee te geven. De Status van de Melding kan pas behandeld zijn als alle Meldingsobjecten behandeld werden.
heeft toestand TijdToestand 0...1 De relatie tussen het Meldingsobject en een TijdToestand.
heeftBron Dataset 1 De bron (Dataset) waar het Meldingsobject in voor komt. Dit attribuut is relevant in het kader van meldingen op concrete informatievelden zoals foutieve of ontbrekende gegevens (terugmeldingen).

Organisatie

Beschrijving
Een aantal mensen georganiseerd in een gemeenschap of andere sociale, commerciële of politieke structuur. De groep heeft een gemeenschappelijk doel of bestaanreden die de individuele leden ervan overstijgt en kan handelen als Agent. Een organisatie heeft dikwijls een hiërarchische structuur.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: heeft eenheid.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
heeft eenheid OrganisatieEenheid 0...* Verwijst naar een organisatie-eenheid die deel uitmaakt van de organisatie, bv een afdeling.

Organisatie-eenheid

Beschrijving
Een organisatie zoals een afdeling of dienst die deel uitmaakt van de grotere organisatie en zijn bestaansreden daaraan ontleent. Heeft geen juridische status op zich.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: is eenheid van.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
is eenheid van Organisatie 1 Organisatie waarvan de organisatie-eenheid deel uitmaakt.

Persoon

Beschrijving
Natuurlijk persoon.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn geen eigenschappen gedefinieerd.

Publieke Organisatie

Beschrijving
Een Organisatie die volgens een wettelijk kader behoort tot de publieke sector,ongeacht het bestuursniveau waarop dat kader van kracht is.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn geen eigenschappen gedefinieerd.

Terugmelding

Beschrijving
Een terugmelding kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een foutief adres te melden op een website of een fout in de digitale weergave van een diploma.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: behandelaar, betrokkene, heeft body, heeft doelwit, heeft status, indiener, melder, meldingsapplicatie, meldingsorganisatie, meldingstype, samenvatting, titel, webpagina.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
behandelaar Agent 1 Agent die werd aangewezen om de melding op te volgen en af te handelen.
betrokkene Agent 0...* Agent die als derde belang heeft bij de Melding of geïmpacteerd is door de behandeling ervan. Bijvoorbeeld indien de melding werd aangemaakt door een derde, bijvoorbeeld een ambtenaar van de gemeente op vraag van een burger.
heeft body MeldingBody 0...* Het object van deze associatie is een resource die de body van de Melding beschrijft (MeldingBody).
heeft doelwit Meldingsobject 0...* De relatie tussen de Melding en het doelwit, het Meldingsobject waarop de melding slaat.
heeft status Meldingstatus 0...* De Status verbonden aan de Melding.
indiener Agent 1 Agent die de Melding heeft aangemaakt en/of ingediend.
melder Agent 0...1 De Agent die het probleem waarover gemeld wordt opmerkte. De melder zal niet telkens gekend zijn. Bijvoorbeeld in het geval van een anonieme melding via een website.
meldingsapplicatie Applicatie 0...1 De applicatie dat de Melding creëerde.
meldingsorganisatie Organisatie 0...1 De organisatie die verantwoordelijk is voor de applicatie die werd gebruikt voor de creatie van de melding.
meldingstype Meldingstype 1...* De relatie tussen de Melding en het Meldingstype dat gebruikt worden om de melding te categoriseren. Er wordt verwacht dat het meldingstype gedefinieerd is in een codelijst. Het bepalen en ontlsuiten van deze codelijst kan applicatie-specifiek worden ingevuld.
samenvatting String 0...1 Een samenvatting van de Melding. Deze eigenschap kan gebruikt worden als een tekstveld om de Melding en de informatie die eraan gekoppeld is samen te vatten en de behandeling ervan te vergemakkelijken.
titel String 1 De titel van de Melding.
webpagina URI 0...1 Een doorverwijzing naar een webpagina over deze Melding. Deze eigenschap kan gebruikt worden om een gebruiker door te verwijzen naar een applicatie waar de actuele status van de Melding kan geraadpleegd worden.

TijdToestand

Beschrijving
Een TijdToestand legt de datum en het tijdstip vast waarop het Meldingsobject dient geïnterpreteerd te worden.
Eigenschappen
Voor deze entiteit zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: cached bron, datum vaststelling.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
cached bron URI 0...1 Een cached momentopname van de bron op het moment van de vaststelling van de fout of onvolledigheid.
datum vaststelling DateTime 1 De datum en het tijdstip waarop het Meldingsobject moet geïnterpreteerd worden als zijnde van toepassing op de Melding.

Datatypes

Geometrie

Beschrijving
Vorm- en positiekenmerken van een object.
Gebruik
Beschrijft deze kenmerken dmv punten,lijnen,polygonen en coördinaten.
Eigenschappen
Voor dit datatype zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: gml, wkt.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
gml Literal 1 Geometrie uitgedrukt in gml-formaat. Gebruik http://www.opengis.net/ont/geosparql#gmlLiteral als datatype.
wkt Literal 1 Geometrie uitgedrukt in wkt-formaat. Gebruik http://www.opengis.net/ont/geosparql#wktLiteral als datatype.

Melding Body

Beschrijving
De body van de Melding,deze omvat relevante informatie voor de verdere afhandeling van een melding.
Eigenschappen
Voor dit datatype zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: beschrijving, bijlage, geometrie.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
beschrijving String 0...1 Een tekstuele beschrijving van de melding. Deze eigenschap kan gebruikt worden om extra beschrijvende tekst mee te geven over het Meldingsobject.
bijlage URI 0...1 Identificeert een resource die aan de MeldingsBody verbonden is en mogelijks speciale verwerking vraagt. Via deze eigenschap is het mogelijk om bv. Foto's of PDF documenten te koppelen aan de Melding.
geometrie Geometrie 0...1 De relatie tussen de MeldingBody en een geometrie. Wanneer een Agent een Melding aanmaakt kan deze bv. een bounding box tekenen op een map. De geometrie hiervan kan weegegeven worden via de eigenschap geometrie van MeldingBody.

Meldingsobject Attribuut

Beschrijving
Beschrijft een attribuut van het Meldingsobject.
Eigenschappen
Voor dit datatype zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: eigenschap, huidige waarde, voorgestelde waarde.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
eigenschap Eigenschap Verwijst naar de Eigenschap die deel uitmaakt van een bepaalde Dataset. Als waarde wordt de identificator opgenomen van de Eigenschap zoals gedefinieerd bij de configuratie van de Dataset bij de Generieke Terugmeldfaciliteit.
huidige waarde String 1 De huidige waarde van een Eigenschap. Dit is de waarde zoals waargenomen door de indiener van de melding.
voorgestelde waarde String 0...1 De voorgestelde waarde van een Eigenschap. De suggereerde correct waarde zoals aangegeven door de indiener van de melding.

Status

Beschrijving
De Status van de Melding in het verwerkingsproces op een bepaald tijdstip.
Gebruik
De Melding kan gelinkt zijn aan meerdere Status objecten,elk ervan geeft de status op een bepaald tijdstip weer.
Eigenschappen
Voor dit datatype zijn de volgende eigenschappen gedefinieerd: , status type, statusdatum, statuswijziging door.
Eigenschap Verwacht Type Kardinaliteit Beschrijving Gebruik Codelijst
String 1 Een beschrijving van de Status.
status type MeldingStatuswaarde 1 Het type van de Status. Er wordt verwacht dat het status type gedefinieerd is in een codelijst. Het bepalen en ontlsuiten van deze codelijst kan applicatie-specifiek worden ingevuld. Als voorbeeld werd de GTMF status codelijst voorzien.
statusdatum DateTime 1 De datum van een Status.
statuswijziging door Agent 1 De Agent die deze status heeft geactiveerd.

JSON-LD context

Een herbruikbare JSON-LD context definitie voor dit applicatieprofiel is terug te vinden op: http://data.vlaanderen.be/context/melding.jsonld